Aanleiding Twinningfaciliteit

Nederland en Suriname delen samen een lange geschiedenis. In 1975 werd Suriname onafhankelijk. De gezamenlijke historie, taal, cultuur en familiebanden hebben geleid tot een bijzondere relatie tussen beide landen.

Verdragsmiddelen

Bij de onafhankelijkheid heeft Nederland zogeheten Verdragsmiddelen beschikbaar gesteld om Suriname te helpen in haar ontwikkeling als zelfstandige staat. Deze middelen zijn voor het grootste deel besteed. Naast de besteding van de resterende verdragsmiddelen (5 sectoren zijn benoemd: gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs, landbouw en rechtsbescherming & veiligheid), werken Nederland en Suriname tegelijkertijd aan de invulling van een nieuwe samenwerkingsrelatie. In 2005 zijn Nederland en Suriname overeengekomen deze ‘brede ontwikkelingssamenwerkingsrelatie' af te bouwen. Deze traditionele samenwerking, vooral gericht op de samenwerking van overheid tot overheid, heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe vorm van samenwerken, namelijk van samenleving tot samenleving; ofwel van maatschappij tot maatschappij.

Nieuwe manier van samenwerken

In lijn met de nieuwe vorm van samenwerking, heeft de toenmalige Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, in 2008 de Twinningfaciliteit Suriname Nederland in het leven
geroepen. Deze faciliteit had als doel om gezamenlijke activiteiten van Nederlandse en Surinaamse maatschappelijke organisaties te financieren, wanneer deze - door kennisuitwisseling,
capaciteitsversterking en institutionele versterking - op een duurzame wijze zouden bijdragen aan een versterking van het maatschappelijk middenveld in Suriname, alsmede zouden bijdragen aan de bestrijding van armoede.

De uitvoering, het beheer, van de Twinningfaciliteit was overgedragen aan een onafhankelijke organisatie, de Uitvoeringsorganisatie Twinningfaciliteit Suriname-Nederland (UTSN). UTSN is in 2008 gestart met de uitvoering van de eerste Twinningfaciliteit voor een periode van 4 jaar (2008-2011).

Resultaat van de eerste Twinningfaciliteit (2008-2011)

Deze eerste Twinningfaciliteit heeft ruim 100 maatschappelijke projecten in Suriname gefinancierd. De eerste faciliteit heeft overwegend positieve resultaten opgeleverd. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken besloot mede daarom om de Twinningfaciliteit met een tweede termijn te verlengen. Voor de tweede Twinningfaciliteit was een budget beschikbaar van € 6,5 miljoen. Vanuit dit budget zijn projecten financieel ondersteund die voldeden aan bepaalde eisen, zoals vastgelegd in het beleidskader.  Evenals bij de eerste faciliteit heeft het ministerie de uitvoering van de faciliteit overgedragen aan UTSN.